| maandag |
17
|
december |
,,Ik
loop voor de fanfare uit''
door Henny de Lange, dagblad de Trouw
Haar ontwerpen staan
in het MoMa in New York. Hella Jongerius weigert massa-artikelen te maken,
maar haar ontwerpen zijn altijd bruikbaar.
Hella Jongerius
is met haar twee medewerkers en een stagiair plus de vrijwel complete
inboedel van haar 'JongeriusLab' tijdelijk verhuisd naar de Rotterdamse
galerie 'Vivid'. In plaats van een gewone expositie van haar producten,
wilde de ontwerper wel eens iets nieuws proberen.
Gedurende acht weken
werkt ze in de galerie. Voornamelijk het schone-handenwerk. ,,We gieten
hier wel rubberen vazen en we laten ook alle mallen zien, maar voor het
echte vuile-handenwerk is deze ruimte minder geschikt.''
Voor het publiek mag
het jammer zijn dat het maar een beperkte blik kan werpen in de keuken
van Jongerius' atelier. Zelf maalt ze daar niet om. ,,Ik doe niet aan
educatie. Ik zit hier in de eerste plaats voor mezelf. Dit is een experiment,
waarvan ik hoop dat het op termijn iets oplevert.''
Ze wil de grenzen
verkennen tussen openbaarheid en werk. Wat is het effect als mensen ongevraagd
je werkdomein binnendringen? Levert dat ideeen op voor nieuwe ontwerpen?
Zet het je gedachten op een ander spoor? Lachend: ,,Totnogtoe heb ik me
alleen nog maar zitten ergeren als mensen aan mijn spullen zitten. Het
in- en uitgeloop leidt behoorlijk af. Zelf ben je hard aan het werk en
je eigen tempo botst met dat van het publiek.'' Ze doet nu in de ochtenduren
als de galerie nog gesloten is, het werk waarvoor opperste concentratie
is vereist. Verder heeft ze een walkman meegenomen, maar die heeft ze
nog niet opgezet.
Ze is er wat verbaasd
over dat de ergernis overheerst, omdat het experiment ontstaan is vanuit
haar eigen beleving dat de grenzen tussen werk en privé, en openbaarheid
en werk steeds meer vervagen. Eerder dit jaar diepte ze dit thema al uit
voor het Museum of Modern Art in New York, waar ze een bijdrage leverde
voor de groepsexpositie 'Workspheres'. Met 'My soft office' liet Jongerius
zien hoe alles steeds meer door elkaar heen gaat lopen. ,,Mensen met een
laptop in de trein, het kantoor waar tussen twee vergaderingen door homemade
soup wordt gegeten. Bij mij is dat ook het geval. Opdrachtgevers zijn
mijn vrienden geworden. Die brij, die smeltkroes, dat vind ik interessant.''
Met 'bed in business'
trok Jongerius de aandacht op 'Workspheres'. Ze laat de artikelen zien
die onder meer The New York Times wijdde aan haar inzending. Het tweepersoonsbed
op wielen ziet er op het eerste gezicht normaal uit, maar de toevoegingen
maken het bijzonder. In het opklapbare voeteneind van het matras zitten
twee computerbeeldschermen, aan het hoofdeinde twee luidsprekers. Verder
maakte ze toetsenborden met een uitsparing voor een schaaltje met hapjes
en verstopte ze een laptop in een zacht vloerkussen. Het bed is nog niet
in productie genomen, maar dat is ze gewend. Bijna al haar ontwerpen hebben
een lange incubatietijd nodig.
In galerie 'Vivid'
heeft Jongerius deze ochtend de pompoen, kruiden en olijfolie al klaargezet,
waarvan ze later op de dag een pompoensoep wil bereiden op een gasstelletje.
Terwijl collega Arian een rubberen vaas aan het afwerken is, handelt ze
nog snel een paar telefoontjes af. Ze is net terug van een reis naar Brazilië
waar haar studenten van de Design Academy in Eindhoven een maand verblijven.
Zelf studeerde ze
acht jaar geleden af aan deze opleiding met een ontwerp voor een rubberen
badmat met bobbels die de voetzolen masseren. Haar studenten doen in Brazilië
projecten met houtbewerkers in de sloppenwijken van São Paulo en
met cowboys die leer bewerken in het noorden van Brazilië. Ze laat
foto's zien van de producten die dat heeft opgeleverd. Het is de bedoeling
dat alles inclusief de mallen in Brazilië blijft. ,,De plaatselijke
Ikea neemt een aantal dingen in de collectie op. Er zijn ook ontwerpen
bij die verder ontwikkeld moeten worden, omdat ze nog niet goed genoeg
zijn. Ik haat solidariteitsdesign, zoals je dat wel vindt in wereldwinkels.
Ik wil geen designproducten die je met je geweten koopt'', zegt ze streng.
Ze is streng in alles
wat ze doet. Doet nooit concessies, ook niet als het grote geld lonkt.
,,Ik had allang een groot bureau kunnen hebben, maar daar gaat het me
niet om. Ik doe wel opdrachten voor het bedrijfsleven, maar alleen als
ik mijn eigen gang mag gaan.''
In het buitenland
en vooral in New York verkoopt ze goed. Maar tot haar spijt wordt ze nooit
benaderd door een groot Nederlands bedrijf. ,,Ik zou best iets willen
doen voor KPN, Philips of een fietsenfabriek, maar kennelijk vinden ze
me te extreem.'' Ze wil 'voor de fanfare uit' en geen massa-artikelen
maken, maar haar ontwerpen zijn altijd zeer bruikbaar, zegt ze, met een
verwijzing naar de theemuts die ze voor de Hema ontwierp. ,,Bedrijven
zouden me ook als visionair kunnen inhuren. Alles wat ik tien jaar geleden
heb gemaakt, hangt nu in de lucht. In het buitenland zien bedrijven wel
het nut in van het inschakelen van ontwerpers. Hier hebben we goeie kooplieden,
maar ze hebben geen oog voor vernieuwing.''
Jongerius' extreme
imago heeft mogelijk te maken met het feit dat ze altijd met uitersten
werkt. Ze combineert nieuwe technologie met ambachtelijke technieken.
Haar hele oeuvre is een huwelijk tussen high en low tech. In het Gemeentemuseum
in Den Haag heeft ze de modernste technieken losgelaten op de historische
collectie Delfts blauw. Haar eigen B-servies, waarvan elk onderdeel kleine
oneffenheden vertoont, doordat ze het met opzet net iets te lang laat
bakken in de oven, heeft ze gecombineerd met dit oer-Hollandse patroon.
,,Door archetypes uit te vergroten, van kleur te veranderen of door er
iets over heen te printen, ontstaat er iets nieuws. Ik vind het leuk om
de stoffigheid van een bepaald patroon of product af te blazen, om met
nieuwe ogen een laag over oude dingen te leggen.''
Ze maakt zich er wel
eens zorgen over dat elk materiaal haar kan inspireren, of het nu glas,
keramiek, textiel of metaal is. ,,Het is zo veel, het houdt nooit op,
maar ik kan niet anders omdat het me vooral om de 'crossovers' tussen
verschillende materialen gaat. 'Crossovers' functioneren alleen bij de
veelheid. Daarom móet ik wel alle snaren blijven bespelen.'' Zo
combineert ze extremen als harige textiel met gladde kunststof. Beroemd
zijn haar vazen waarbij porselein en glas met tape aan elkaar zijn geplakt.
Van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam kreeg ze oude scherven
uit de Middeleeuwen waarvan ze nieuwe potten bakte. Beroemd is ook haar
'Kasese Chair', een Afrikaans klapstoeltje dat ze voor Cappellini herschiep
in een eigentijdse uitvoering van carbon, een vederlichte kunststof.
Of de bezoekers van
'Vivid' haar op nieuwe ideeën kunnen brengen, weet ze nog niet. ,,Over
een half jaar merk ik misschien dat ik iets op mijn harde schijf heb opgeslagen,
dat ergens toe leidt.''
|