Galerie VIVID is pleased to announce the exhibition:

cubics

cubic constructions collection Graatsma

jan slothouber + william graatsma

January 9 - March 6, 2011

Opening Sunday January 9, 4pm by William Graatsma, followed by voice recording Simon Vinkenoog: een ode aan de vierkantswortel van min een (1986)

After an architectural training Jan Slothouber (1918 - 2007) and William Graatsma (1925) worked as architects / designers from 1955 for the Dutch State Mines (DSM). Here they designed the packing, product applications, advertisements and exhibitions and gave the company a recognizable face. Within the information service of DSM the two had an unique position: they could build their own world and developed the principle of cubic constructions. The cubic as a main point brought restriction but also clearity in the multiplicity of possibilities according to Slothouber and Graatsma. The use of several materials adds each time new aspects to the functioning of the cubic constructions.

With their work Slothouber and Graatsma had a clear social intention. The designers considered themselves in fact as ' anonymous ' discoverers of the many applications of cubics. In democratic passing these possibilities, in which the useful construction exceeds the personal, artistic claim, lies the meaning of their activities. On one hand their working method was entirely new, on the other hand it had been linked with an old idealistic tradition, which propagated an important role for art and design in society.
Almost accidentally Slothouber and Graatsma entered the world of the visual arts. The Stedelijk Museum in Amsterdam asked them to make the exhibition with the title Vier kanten: maat, vorm, kleur, letter (Four Sides: Size, Shape, Colour, Letter). After that they founded the Centre for Cubic Constructions (CCC). Several fascinating presentations folowed, among that in the Art & Project gallery in 1968 and the Dutch presentation at the The Venice Biennial in 1970.
In 2003 the VIVID Gallery made an important exhibition on the work of Jan Slothouber & William Graatsma. After that The Stedelijk Museum in Amsterdam and the Van Abbemuseum added several works to their collection and the Van Abbemuseum organised in 2008 the exhibition 'Jan Slothouber 1918-2007'.

  March 5, 2011, Rotterdam Museumnight















Sandra Smets, NRC Handelsblad, 18 februari 2011

Plastic kunst na vijftig jaar nog even fris

Galerie Vivid, Cubic Constructions

Het was nooit de bedoeling om kunstenaar te worden. Het overkwam ze. Jan Slothouber en William Graatsma werkten in de jaren zestig gewoon bij DSM, de staatsmijnen. Ze moesten de nieuwe kunststoffen promoten die het bedrijf ontwikkelde.
Daarvoor gingen Slothouber en Graatsma, die een technische en bouwkundige achtergrond hadden, producten meken van dei nieuwe plastics: fruitschalen, opbergdozen, vitrines, zitelementen. Die objecten zijn nu te zien in galerie Vivid.
Bij alles dat ze maakten hield het duo zich aan een regel: de kubus was de basis. Preciezer nog: een kubus met de maten die halfgod Le Corbusier had afgekondigd. Het waren de hoogtijdagen van het modernisme. Het geloof heerste dat geometrische vormen, vooral kubussen, een mooie eerlijke kunst opleverden die de wereld zou verbeteren. Dat geloof beheerste de architectuur, beeldende kunst en vormgeving. Daarom paste het promotiemateriaal van Slothouber en Graatsma ook prima in de kunstwereld. De toonaangevende galerie Art & Project ontdekte het duo, waardoor ze plotseling zo beroemd werden dat ze zelfs op de Biennale van Venetie hun kapstokken en stoeptegels mochten exposeren.
De tentoonstelling bij Vivid is dan ook een teken van die tijd. Geometrie was zo leidend, zelfs de globe die er te zien is, is kubusvormig. Functionaliteit was minder belangrijk. De fruitschalen zijn zeer geschikt voor mensen die druiven eten of hooguit kleine appeltjes. De meloen moet in de koelkast blijven. De kapstok is goed te doen voor mensen die drie jassen tegelijk ophangen-anders valt hij om.
Maar in de modulaire zitkussens en het bureautje valt juist de handige proto-Ikea-eigenschap op dat je onderdelen eideloos kunt combineren. Wat ook opvalt, is de uitmintende kwaliteit van de materialen. Het doel om de stoffen te promoten, is daarme geslaagd. Het perspex oogt gloednieuw. Het kan niet gezegd worden van veel kunst uit die jaren: beeldhouwers experimenteerden met plastics die intussen verschoten of verpulverd zijn. Veel musea voor moderne kunst zitten daardoor met de handen in het haar.
De kubus reliefs van Slothouber en Graatsma zijn nog hagelwit. Je kunt je voorstellen hoe die bij Art & Project naast de rasters van Jan Schoonhoven hingen-ook vierkanten, maar dan van een kunstenaar. Toch eisten die kunstkringen concessies: toen het duo een map geometrische zeefdrukken maakte, moest het tachtig van de honderd mappen vernietigen. Kunst moest de wereld verbeteren, maar diende exclusief te blijven.

 

jan slothouber + william graatsma

In 1970 vertegenwoordigden de architecten / vormgevers Jan Slothouber en William Graatsma Nederland op de Biënnale van Venetië, de befaamde kunstmanifestatie.
Zij waren daar te zien met hun eigen kubische constructies waaronder een gewelfd trottoir.
Onder de naam centrum voor cubische constructies (ccc) onderzochten Slothouber en Graatsma de wiskundige regelmaat van de kubus, toegepast in diverse constructies van verschillende materialen. ccc ontwikkelde onder meer een kubisch rooster maar ook straatmeubilair en meubilair met kubusvormen die de gebruiker op verschillende manieren aan elkaar kon groeperen. Het meest bekend werden Slothouber en Graatsma echter met een kinderpostzegel waarop een op de punt gekantelde kubusvorm te zien was.

Vanaf half jaren vijftig werkten Slothouber en Graatsma bij de Staatsmijnen (DSM). Daar ontwierpen zij verpakkingen, advertenties en tentoonstellingen en bepaalden zo het corporate image van DSM. Daarnaast experimenteerden ze met kubische constructies en ontwikkelden het verder uit voor toepassingen in de tentoonstellingsbouw.
Dat zij in 1965 in de beeldende kunst belandden komt door de belangstelling die destijds voor serialisme, concept en minimal art ontstond. Conservator Ad Petersen en ontwerper Pieter Brattinga van het Amsterdamse Stedelijk Museum ontdekten de vernieuwende manier van tentoonstellingsontwerp van het duo en nodigde hen voor een tentoonstelling uit.
Dat werd de expositie ‘vier kanten: maat vorm, kleur, letter’, waarin zij vorm- en maatgeving, kleur- en letterexperimenten rond de kubus lieten zien.
Hierna richtten Slothouber en Graatsma het centrum voor cubische constructies op. In 1966 kreeg ccc met Peter Struycken en Johannes Itten een Sikkensprijs uitgereikt voor hun vernieuwende rol in kunst en vormgeving.
Vrijwel bij toeval beland in de kunstwereld volgden andere presentaties, onder andere bij de Amsterdamse galerie Art & Project (1968) en die van de Biënnale in Venetië (1970).

Behalve voor de strikt wiskundige en beperkende mogelijkheden van de kubus, had deze vorm voor Slothouber en Graatsma, als ‘anonieme’ ontdekkers ervan, ook een sociale betekenis. Zich verzettend tegen het persoonlijk individualisme van de Cobra-schilders verkozen zij een meer democratische kunstvorm, waarbij de kubus als universele vorm voor iedereen begrijpelijk en hanteerbaar was. ccc trok daarbij de uiterste consequentie dat zij zich ook niet om het copyright van hun ontwerpen bekommerde.
Zo ontwikkelde zij een universeel frame, bestaand uit twaalf gelijke delen die uit elkaar gehaald kon worden en verschillende toepassingsmogelijkheden bood. Met kubussen in andere maatvoeringen erbij kon men spelenderwijs een geometrische (meubel)constructie bouwen. Een dergelijk principe paste ccc toe bij hun kubische meubelbouwpakketten
Deze voor die tijd nieuwe werkwijze greep terug op de socialistische/democratische idealen om kunst en vormgeving in de samenleving te integreren.
Achteraf beschouwd was ccc de tijd – eigenlijk het serieel ontwerpen met de computer – te ver vooruit. In de jaren zeventig vond hun werk steeds minder weerklank. Ondanks twee grote museumtentoonstellingen kochten musea hun werk niet aan.
Slothouber en Graatsma verruilden het ontwerpersbestaan voor docentschappen in het kunstonderwijs en tenslotte scheidde ook hun wegen.

Chris Reinewald

  voice recording Simon Vinkenoog: een ode aan de vierkantswortel van min een (1968)
translated by Vinkenoog






An ode to the square root of minus one

in homage to the cubic constructions of messrs. slothouber & graatsma

one two three
'three times three is nine
and each one sings his own song.'
(from a dutch children's song)

all comes and comes back upon
and from and unto nature -
each form an expression of
an idea a thought a sensation
a perception.
all color and form a plastic pact,
an appointment in time which is
an appointment in space -
created in man to
pledge for and communicate with.
life but a system of structures
existing and uncreated yet -
to lay open and reveal
to disclose and discover
to observe and penetrate
to unfold from inside & out.
the eye creates space, notates,
coordinates, controls and regulates.
dimensions of motionlesaness,
a frequency simplified to nothing,
harmonies to experience
in the silence of white.
the word but an appointment in
a territorial language limited.
form but a reflection
of the images within reach.
all colors but a nowhereland
between infra-red and ultra-violet.

and living on all frequencies
fire and water air and earth -
from all sides onwards the enclosed unity
to all directions quadratures
and multiplications;
a multitude of dIversities
innumerable simultaneous phenomena
synchronicities within and without space
form bound to form
searching order of order of order,
extra-intro-human: natural.
the harmony of mathematics. from molecule
to galaxy. from zero to infinity
a choice: the cubic trinity.
a glance in three dimensions,
solidified time, movement stopped,
a proportion. far or near,
brought into my eyes by eyes.
seeing. perceiving. observing.
approaching. penetrating. unifying.
topology. numerology. geometry.
magic of numbers:
one two three... infinity...
to each his insight. to all an urgency.
each man the creator of order in nothing.
a cohesion. a connection.
a collection. the golden rules.
modules. and models.
structuring. constructing.
constructions. instructions.
personal interpretations.
laws and systems:
exploration.
he who clears a way through nature
strikes essentialities and incidents.
he who makes his way through life

is always right, when creating forms
and applying discoveries.
intensive exploration. causalities
surveyable. the symmetry of mirroring
images, the synesthesies of syntheticists;
don't i stake out my plots,
within the limitations of an alphabet,
significances, language of contemporaries?
mad mathematician, joy-riding
the experiences of games.
the coincidence of the concordance.
a play with molecules and their systems.
fallow lies the future, developing will be
the brain, the human being, and life.
who springs from progression
finds systems and simplifications,
measures and forms, colors and characters -
embracing and blending:
firy, speedy and steady,
mind, soul and body,
one-eyed man: man and woman - one balance
in two forces, two witnesses with second sight
a third eye in a fourth dimension -
a pentagram the sixth sense
seven times seven - and eight by eight
multiplied - to the nth time infinite.
three times three is nine
and each one sings his own song;
each one's got his own right or wrong.
each one building his own house. all of us at home in the same world.
no sandcastles, castles in the air, but reality.
no reality as great as the one of discoverers and inventors, poets,
engineers, and all the other searchers:
'that man, in his perceptual world of engineering science, literally does
stand mid-way between the supra-universes and the infrauniverses,

calculations which show that while about 10.27 atoms make man's
body, 10.28 human bodies 'constitute enough material to build star.
man lives his life in a middle-scale universe, suspended between two
infinities, and he appears to possess characteristics derived from both
domains.
(oliver reiser: the integration of human knowledge)

simon vinkenoog
amsterdam 6 5 70
translated by the author

  Simon Vinkenoog: een ode aan de vierkantswortel van min een (1968)

een
twee ..
drie ...
drie keer drie is negen
ieder zingt zijn eigen lied.
alles komt en keert weerom
uit en van en tot natuur.
elke vorm de uitbeelding van
een idee een gedachte een gevoel
een gewaarwording.
aile vorm en kleur een beeldende
overeenkomst, een afspraak in de
tijd die een afspraak is in de
ruimte -
die geschapen werd in de mens
om te delen en mede te delen.
het leven een stelsel van strukturen
bestaande en nog ongeschapen
om open te leggen en te openbaren
om te ontsluiten van binnen en buiten
om te doorschouwen om te ontvouwen.
het oog schept ruimte en noteert,
Koördineert, controleert, beheert.
dimensies van bewegingloosheid,
een trilgetal vereenvoudigd tot niets,
een harmonie slechts in witte stilte
te ervaren.
het woord maar een afspraak in
een beperkt taalgebied.
de vorm maar een afspiegeling
van het binnen beeldend bereik.
alle kleuren maar een niemandsland
tussen infrarood en ultra-violet.

leven op alle frequenties
vuur en water lucht en aar,de
van aile kanten uit de besloten eenheid
naar aile richtingen kwadrateringen
en vermenigvuldigingen
een veelvoud van verscheidenheid
ontelbare synchrone fenomenen
gelijktijdigheden binnen en buiten de ruimte
vorm in vorm in vorm gebonden
zoekend naar orde van orde van orde
boven-en buiten-menselijk: natuurlijk.
de harmonie van de wiskunde. van molekuul
tot melkwegstelsel. van nul tot oneindig
een keuze: de cubische drie-eenheid.
een oogopslag in drie dimensies,
gestolde tijd, gestopte beweging,
en een afmeting. ver of dichtbij,
voor ogen gebracht door ogen.
zien. waarnemen. gewaarworden.
benaderen. doordringen. verenigen.
topologie. numerologie. geometrie.
de getallenmagie:
one two three .. , infinity ...
ieder zijn inzicht. allen een aandrang.
elk mens schepper van orde in niets.
een samenhang. een verband.
een verzameling. de gulden snede.
modulen, en modellen.
strukturering. konstruering.
konstrukties. instrukties.
persoonlijke interpretaties
van wetten en sistemen:
de ontdekking.
wie zich een weg baant door de natuur
stuit op hoofdzaken en gebeurtenissen.
wie zich een weg baant door het leven

heeft altijd gelijk, als hij vorm geeft
en zijn ontdekkingen toe past.
intensieve exploratie. wetmatigheden
overzichtelijk. de symmetrie van het spiegelbeeld,
binnen en buiten. de synesthesie der synthetici,
baken ook ik niet mijn terrein af,
binnen de beperkingen van een alfabet,
betekenissen, de taal van de tijdgenoot?
wis- en waarachtig-kunde. spelevaren
met spel-ervaringen.
de samenloop van de overeenkomst.
een spel met molekulen en hun stelsels.
braak ligt de toekomst, ontginnen doen zich
de hersenen, de mens, en het leven.
wie voortkomt uit vooruitkomst
vindt systemen en vereenvoudigingen
maten en vormen kleuren en letters
zich omarmend en vermengend:
vurig, vlug en vast,
geest, ziel en lichaam,
eenmansoog de mens: man en vrouw - 1 evenwicht in 2 krachten
twee getuigen met het tweede gezicht
een derde oog in een vierde dimensie -
met een pentagram voor het zesde zintuig
zeven maal zeven - hierin acht maal acht vermenigvuldigd
in de maal oneindig
drie keer drie is negen
ieder zingt zijn eigen lied
ieder die iets anders ziet.
ieder bouwt zijn eigen huis. wij allen huizen in dezelfde wereld.
geen zand- of luchtkastelen maar werkelijkheid.
geen werkelijkheid zo groot als die van ontdekkers en uitvinders,
dichters ingenieurs en andere zoekende fenomenen:
'Ietterlijk staat de mens halfweg tussen de supra-universums en de
infra-universums, hij staat in zekere zin op een kruispunt in het heelal,
berekeningen tonen aan dat een menselijk lichaam 10 tot de 27e atomen

telt, en dat 10 tot de 28e menselijke lichamen genoeg materiaal
bevatten voor het bouwen van een ster.
de mens leeft zijn leven in een heelal van de middenschaal,
opgehangen tussen twee oneindigheden, en hij schijnt te beschikken
over eigenschappen afkomstig uit beide domeinen.
(oliver reiser: the integration of human knowledge, boston, 1958)

simon vinkenoog
eindhoven 8 2 68

     
 
share